De woonruimtes
Goud en Rubens aan de muren, en waardevolle meubels en objecten in elke ooghoek. Iedere generatie van de rijke ondernemersfamilie voegde persoonlijkheid en een tikkeltje grandeur toe. Wanneer je het woonhuis binnenstapt, voel je het meteen: dit is eeuwenoude luxe met tijdloze klasse.
Wonen in luxe
Tussen de Hoogstraat en de Vrijdagmarkt vindt Christoffel Plantijn in 1576 het ideale pand. Om er te werken, maar ook om te wonen. Generatie na generatie groeit De Gulden Passer verder uit tot een toonbeeld van luxe. Een stadspaleis volgestouwd met pracht, praal en bijzondere kunstobjecten. De bewoners verdwenen, de grandeur bleef. Dat merk je nog in elk vertrek.
Rubens aan de muren
Voel jij het ook? In deze statige woning werd volop geleefd. Hier aten negen generaties Plantijn-Moretus, speelden ze met hun kinderen, lachten ze met vrienden en losten ze familiale en zakelijke problemen op. Dat hun ondernemerstalent en harde werk een fortuin opleverde, was overduidelijk. En dat is het nog steeds. Alleen al de muren spreken boekdelen: versierd met Spaans goudleer, gedrapeerd met Brusselse wandtapijten en aangekleed met familieportretten uit het atelier van Rubens, een jeugdvriend van derde drukkerstelg Balthasar I Moretus. Stap binnen en waan je in de weelderige wereld van weleer.
Het groot salon
In het groot salon ontmoet je alle Plantijns en Moretussen van de eerste drie generaties. Onder meer Balthasar I, Christoffel en zijn vrouw Jeanne Rivière, en Jan I en echtgenote Martina Plantijn kijken je minzaam aan. Daarnaast spot je ook enkele opvallende namen uit hun persoonlijke netwerk: atlasuitvinder Abraham Ortelius, redacteur Benedictus Arias Montanus en stadssecretaris Gaspar Gevartius.
Het meubilair zet de rijkdom van de familie extra in de verf. Het elegant beschilderde kunstkabinet zit boordevol lades en dubbele bodems. Ideale verstopplekken voor belangrijke papieren en kleine, kostbare objecten zoals juwelen, munten en textiel. De ebbenhouten kast telt 23 Bijbelse taferelen van Hans Jordaens en rust onderaan op de sterke schouders van vier gebeeldhouwde figuren. Iets verderop dat andere historische pareltje: een dubbel klavecimbel. Zo zijn er wereldwijd maar een handvol.
Het klein salon
Kleiner dan het groot salon, maar qua symboliek moet deze kamer allesbehalve onderdoen. Het schilderij boven de schoorsteen is niet toevallig een jachttafereel. De Moretussen waren verzot op jagen. Omdat het paste bij hun status, en die zelfs versterkte. Want jagen vraagt kracht, uithouding, moed en doorzettingsvermogen. Precies die eigenschappen waarover elke succesvolle ondernemer moet beschikken, toch?
De Justus Lipsiuskamer
Je hebt vrienden en je hebt héél goede vrienden. De taalkundige en schrijver Justus Lipsius (1547-1606) was zo’n graag geziene bezoeker dat de Moretussen hun gastenkamer naar hem vernoemden. Zijn beeltenis hangt er boven de schoorsteen. Lipsius verbleef en werkte hier tijdens zijn vele bezoeken aan het stadspaleis. Links van de schouw hangt het portret van de Romeinse filosoof Seneca, gesigneerd door die andere huisvriend: Peter Paul Rubens. Kijk goed, ook de grootmeester zelf staat op het schilderij. Herken je hem?
Het 18de-eeuws salon
Frans goudleer aan de muren, een sierlijke kast met porselein en kristal, een slingeruurwerk in Lodewijk XV-stijl en opnieuw wanden vol met afstammelingen. Het 18de-eeuws salon is vooral een ode aan de latere generaties. Zoals de zevende, met onder meer Maria-Theresia Borrekens. De moeder van dertien kinderen zette het familiebedrijf verder na het plotse overlijden van echtgenoot François Jean Moretus. Daarmee werd ze een van de leading ladies in de rijke geschiedenis van de drukkerij.
De eetkamer
In de 18de-eeuwse eetkamer geef je je ogen de kost. Maar kijk eerst eens boven de ingang. Het is geen marmeren beeld, maar wel degelijk een schilderij. Theodoor de Bruyn ontving 50 gulden voor een ‘basreliëf boven de deur in ditto eetzaal volgens accoord’, aldus de overeenkomst. In ruil daarvoor leverde hij een prachtige weergave af van wijngod Bacchus die een putti laat spelen met druiventrossen. Rechts onderaan het fruitige tafereel zie je een pompoen en het monogram van de kunstenaar, die ook de adelaar op het plafond in de trappenhal schilderde.