Verhalen

Een huis waar negen opeenvolgende generaties lief, leed en werk deelden: dat levert een schat aan verhalen op. Uit het leven gegrepen en tegelijk zó meeslepend.

Verhalen

Wie woonde hier?

Die ‘hier’, dat is de Gulden Passer. Vandaag het museum, maar in 1576 het huis aan de Vrijdagmarkt waarin Christoffel Plantijn en Jeanne Rivière hun drukkerij en gezinswoning onderbrengen. Wisten zij toen veel dat het pand familiebezit zou blijven tot aan de verkoop aan de stad Antwerpen in de 19de eeuw. Na hen leefden en werkten hier nog acht generaties. Wie waren ze? En wat betekenden ze voor de familie en de Officina Plantiniana?

Van denk- tot drukwerk

Het lijkt vandaag allemaal zo vanzelfsprekend. Iemand heeft een idee, schrijft een boek en brengt het uit. Bij het tussenliggende drukproces stellen we ons nauwelijks nog vragen. In de tijd van Plantijn en zijn opvolgers is boeken drukken een intensief en tijdrovend ambacht. Met proeflezers, letterzetters en inktmannen.

De boekgeschiedenis herschreven

Wat de Officina Plantiniana anders maakt dan andere drukkerijen? De drang naar perfectie. Zeker de eerste generaties van de familie gaan op zoek naar nieuwe technieken om de kennis en overtuigingen van wetenschappers, geschiedkundigen en geloofsverkondigers zo goed mogelijk op papier te zetten. Duidelijke lettertypes, overzichtelijke titelpagina’s, rijke illustraties en perfecte verhoudingen: hun ideeën maken het boek tot wat het vandaag is.