Bruegelprenten

Online tentoonstelling

Pieter Bruegel is zowat de belangrijkste en meest vernieuwende kunstenaar uit de 16de eeuw. Hij was naast schilder van de wereldvermaarde 'Spreekwoorden' en 'Dulle Griet' ook actief als ontwerper van prenten. Het Museum Plantin-Moretus bewaart van haast al zijn composities een afdruk in haar depots.

Pieter Bruegel is zowat de belangrijkste en meest vernieuwende kunstenaar uit de 16de eeuw. Naast schilder van de wereldvermaarde Spreekwoorden en Dulle Griet was Bruegel ook actief als ontwerper van prenten. Deze kunstwerken op papier evenaren zijn schilderijen op vlak van inventiviteit, complexiteit en visuele aantrekkelijkheid.

Vandaag kennen we van de Antwerpse kunstenaar slechts een 40-tal schilderijen, terwijl wel 71 prentcomposities aan hem kunnen worden toegeschreven. Het Museum Plantin-Moretus bewaart van haast al deze composities een afdruk in haar depots. 

In deze presentatie

 

Wat is een Bruegel-prent?

Rond het midden van de 16de eeuw richtte Hieronymus Cock in Antwerpen de prentenuitgeverij ‘Aux Quatre Vents’ (In de Vier Winden) op, die zich tot de belangrijkste in de Lage Landen ontpopte.

Voor zijn prenten deed de uitgever enerzijds beroep op kunstenaars – onder wie Bruegel – voor het aanleveren van ontwerptekeningen, en anderzijds op gespecialiseerde etsers en graveurs om deze ontwerpen in de koperplaat te snijden. Vervolgens werd de koperplaat op papier afgedrukt in meerdere exemplaren.

Een Bruegel-prent is met andere woorden een prent waarvoor Pieter Bruegel het ontwerp maakte. Vandaag zijn nog een 60-tal tekeningen van hem bewaard. Het ontwerp in de koperplaat snijden gebeurde door de prentmakers Frans Huys, Pieter van der Heyden, Philips Galle en Lucas en Joannes van Doetecum, die elk in hun eigen stijl werkten.

De opschriften op de prenten geven aan wie betrokken was bij de productie van de prent: ‘P. Bruegel inve(ntor)’ (P. Bruegel ontwerper) en ‘H. Cock excud.’ (H. Cock heeft uitgegeven). Van de graveurs zelf wordt in de meeste gevallen slechts het monogram vermeld: ‘PAME’ (Pieter Van der Heyden) of ‘FH’ (Frans Huys).

De prenten – die een pak goedkoper waren dan schilderijen – waren bedoeld voor de intellectuele, humanistisch georiënteerde stedelijke elite, onder wie zich kooplui, geleerden, geestelijken en gespecialiseerde ambachtslui bevonden.

Bruegels prentontwerpen leverden een belangrijke bijdrage aan verschillende, nieuwe genres die zich rond het midden van de 16de eeuw in de beeldende kunst ontwikkelden, zoals het landschap, het marine gezicht, en moraliserende en allegorische taferelen.

 

Een hulk en een boeier voor een kust

Pieter Bruegel, ontwerper; Frans Huys en Cornelis Cort, graveurs; Hieronymus Cock, uitgever. Een hulk en een boeier voor een kust. 1565. Gravure. PK.OP.14051; III/H.287

Uit een reeks van tien zeilschepen. Deze prent werd door Frans Huys begonnen ca. 1561, maar Huys overleed in 1562. Enkele jaren later liet de uitgever Cock deze koperplaat door Cornelis Cort voltooien.

Bruegel heeft tientallen schetsen van schepen gemaakt, zowel tijdens zijn reizen als in zijn woonplaats Antwerpen. Deze zijn een bron van informatie voor scheepshistorici door de nauwgezetheid en de detaillering ervan.

Het genre van het scheepsportret bloeide voornamelijk vanaf de late 16de eeuw in de Noordelijke Nederlanden, de belangrijkste maritieme natie toen. Bruegels reeks van schepen speelde een belangrijke rol in de verdere ontwikkeling van dit zeer specifieke genre in de prentkunst.

 

De tweede Bosch

Aan het begin van zijn carrière maakte de jonge Bruegel verschillende ontwerpen, waaronder de Grote vissen eten kleine vissen  en De Verzoeking van de heilige Antonius, die nauw aansluiten bij de ‘drollerieën’ van de reeds in 1516 overleden kunstenaar Hieronymus Bosch. Bosch monstertjes en vreemde gedrochten waren rond het midden van de 16de eeuw nog steeds razend populair. Hieronymus Cock en Pieter Bruegel speelden hier met hun Bosschiaanse prenten op in. Het leverde Bruegel al gauw de bijnaam van ‘tweede Bosch’ op.

Opvallend is dat op deze prenten Bruegels signatuur niet wordt vermeld – de Grote vissen eten kleine vissen noemt zelfs ‘Hieronijmus Bos’ als ontwerper, terwijl er over de eigenhandigheid van Bruegel geen twijfel bestaat.

Grote vissen eten kleine vissen

Pieter Bruegel, ontwerper; Pieter Van der Heyden, graveur; Hieronymus Cock, uitgever. De grote vissen eten de kleine op. 1557. Gravure. PK.OP.13802; III/H.62

Deze prent vermeldt als ‘inventor’ Hieronymus Bosch, wat niet klopt want de ontwerptekening voor deze prent is bewaard gebleven. Pieter Bruegel tekende en signeerde ze in 1556.

De prent verbeeldt de universele wijsheid dat de kleine vissen voer zijn voor de grote. Op de voorgrond in een bootje, wijst een vader zijn zoon hierop, let ook op de ondertiteling van de prent.

 

De verzoeking van de Heilige Antonius

Pieter Bruegel, ontwerper; Pieter Van der Heyden, graveur; Hieronymus Cock, uitgever. De verzoeking van de Heilige Antonius. 1556. Gravure, enige staat. PK.OP.13784; III/H.41

De Heilige Antonius was een kluizenaar die zijn leven wijdde aan gebed en bezinning. Dit streven werd langdurig en zwaar op de proef gesteld door zowel verleidelijke als angstaanjagende visioenen. In de 16de eeuw stond de heilige symbool voor de standvastigheid waarmee de ware gelovige tijdens zijn leven beproevingen en verleidingen moet weerstaan en ondergaan. Dit onderwerp gaf Bruegel de uitgelezen mogelijkheid om de meest fantasievolle monsters , gedrochten en verleidingen uit te beelden. Het publiek hield van deze ‘drollerieën'.

Deze prent is het vroegst bekende voorbeeld waarin Pieter Bruegel zich duidelijk laat inspireren door het werk van Hieronymus Bosch.

Dat dergelijke prenten als vermakelijk werden beschouwd blijkt uit de wijze waarop ze worden omschreven. In 1558 ontvangt Martin le Jeune, boekhandelaar in Parijs, van Christoffel Plantin twaalf exemplaren van ‘Sainct Antoine drolerie’.

 

Grote Landschappen

De zogenaamde Grote Landschappen behoren eveneens tot het baanbrekende, vroeg werk van Bruegel. Bruegel had - zoals het een goede renaissance kunstenaar destijds betaamde – een reis naar Italië gemaakt om de overblijfselen uit de klassieke oudheid en de eigentijdse Italiaanse schilderkunst te bestuderen.

Zijn passage langs de Alpen lieten een onuitwisbare indruk op hem na, die hij na zijn terugkomst in Antwerpen in de jaren 1555 verwerkte in zijn ontwerpen voor de Grote Landschappen. Een laat 16de-eeuwse kunsthistoricus schreef hierover dat Breugel zo goed de natuur kon natekenen dat het leek alsof de kunstenaar de Alpen op zijn reis had ingezwolgen en thuis op doeken en panelen terug uitgespuwd heeft. Toch zijn het geen ‘naar het leven’ getekende natuurgezichten, maar in de studio gecomponeerde ‘ideale’ landschapsgezichten. Deze realistische berggezichten hadden een grote invloed op ontwikkeling van landschapskunst in de Nederlanden.

 

Groot Alpenlandschap

Pieter Bruegel, ontwerper;  Joannes en Lucas Doetecum, graveurs;  Hieronymus Cock, uitgever. Groot Alpenlandschap ca.1555. Ets en gravure, enige staat. PK.OP.18330; IV/C.65

Rechts op de voorgrond een ruiter te paard die een groots en duizelingwekkend landschap overschouwt. Bruegel had een fascinatie voor de Alpen, het gebergte dat hij ontdekte toen hij in 1552-1554 naar Frankrijk en naar Italië reisde.

Zijn breed opgezette panoramische landschappen kenden veel succes. Deze zijn niet ‘naar het leven’, niet naar een specifieke geografische context, maar in zijn atelier uitgewerkt.

Zeeslag in de straat van Messina

Pieter Bruegel, ontwerper; Frans Huys, graveur; Hieronymus Cock en Cornelis van Dalem, uitgevers. Zeeslag in de straat van Messina. Na 1561. Gravure en ets, gedrukt van twee koperplaten. PK.OP.19879; V/H.31

Een monumentale en topografisch precieze en correcte gravure uit 1561 die een getuigenis is van Bruegels reis naar Italie waarbij hij zeker tot in het zuiden is gereisd. Bruegel maakte heel veel tekeningen en schetsen op reis.

De prent beeldt een zeegevecht uit met Turkse galeien in de zee-engte van Messina. De galeien zijn heel precies weergegeven wat suggereert dat hij ze in ieder geval gezien en getekend heeft. Links zie je de brandende havenstad Reggio op het vasteland en rechts de haven en baai van Messina op de meest oostelijke punt van Sicilië.

De prent werd van twee koperplaten gedrukt.

 

Ijsvermaak aan de Sint - Jorispoort

Pieter Bruegel, ontwerper; Frans Huys, graveur; Hieronymus Cock, uitgever. Ijsvermaak aan de Sint – Jorispoort. Ca. 1558. Gravure, eerste staat van twee. PK.OP.14031; III/H.282

Tafereel van een winterse, heldere dag waarbij de stedelingen van Antwerpen op de bevroren grachten rondom de stadsomwalling schaatsen, priksleeën of voorzichtige stapjes zetten. Op de achtergrond de grootste en belangrijkste toegangspoort van de stad die deel uitmaakte van wat eeuwenlang bekend stond als de Spaanse omwalling (deze werd neergehaald in de tweede helft van de 19de eeuw).

In de tweede helft van de 16de eeuw nam het aantal afbeeldingen van wintertaferelen sterk toe. Dit heeft een klimatologische reden, de zogenaamde ‘kleine ijstijd’, met zeer lage temperaturen en winterse neerslag.

 

Moraliserende en allegorische prenten

Bruegels allegorische en moraliserende prenten behoren tot zijn meest spectaculaire composities. De meester verstond de kunst om complexe, geleerde iconografie in goed leesbare composities te gieten die een ongeziene beeldende inventiviteit etaleren. Prenten met een moraliserende of allegorische inslag waren in de tweede helft 16de eeuw erg geliefd bij de intellectuele, humanistisch georiënteerde stedelijke elite, voor wie deze prenten bedoeld waren. Bruegel onderscheidde zich van andere kunstenaars door de ‘serieuze’, moraliserende thematiek die de menselijke zwakheden in de kijker zette, te doordrenken met spot, humor en ironie.

 

Sottebollen, of het Zottenfeest

Pieter Bruegel, ontwerper; Pieter Van der Heyden, graveur; Aux Quatre Vents, uitgever. Sottebollen, of het Zottenfeest. Na 1570. Gravure. PK.OP.21318; IV/H.162

Deze prent werd uitgegeven na de dood van Pieter Bruegel. We zien een soort van processie, een optocht die van links in de compositie in beweging naar rechts gaat, vooraleer ze dansend naar de achtergrond beweegt, waar muzikanten voor muziek zorgen.

Op de voorgrond spelen ‘dwazen’ een kegelspel met bollen die een kegeltje moeten raken.

Met deze thematiek spot Bruegel met de domheid en goedgelovigheid van de mensen die bereid zijn alles te geloven. De prent sluit ook aan bij zijn prenten met verbeelding van spreekwoorden: ‘iemand bij de neus nemen’, of ‘iemand een bril verkopen’ (iemand bedriegen). In het onderschrift lees je onder meer: ‘er zijn zotten in elk natie, ook al dragen ze niet allemaal een narrenkap’; en ook: ‘Die zotten nemen elkaar bij de neus / die verkopen elkaar brillen’.

 

Het land van Cocagne

Pieter Bruegel, ontwerper; Pieter Van der Heyden, graveur. Het land van Cocagne. Na 1570?. Gravure. PK.OP.13800; III/H.56

In 1567 schilderde Bruegel zijn versie van dit utopisch paradijs op aarde, waar alles in overvloed is en men zonder te werken en zonder inspanning kan eten en drinken naar believen. Deze gravure is naar het schilderij gemaakt. Er wordt geen uitgever vermeld, vermoedelijk werd deze prent na de dood van Hieronymus Cock gemaakt en uitgegeven door Pieter Van der Heyden. Of mogelijk is dat de eigenaar van het schilderij het toen in opdracht gaf in prent te reproduceren.

Men kan Luilekkerland enkel bereiken door zich een weg doorheen een berg van rijstebrij te eten, te zien links in de compositie. In het midden liggen drie volgegeten slapende personen, een boer, een geleerde en een soldaat, vertegenwoordigers van drie sociale klassen, herkenbaar aan hun attributen. Bruegel speelt in dit werk met het evenwicht tussen humor in onderwerp en beeldtaal en de moraliserende ondertoon, nl. het zich overgeven aan luiheid en vraatzucht leidt tot weinig goeds.

 

Keisnijding of De heks van Malleghem

Pieter Bruegel, ontwerper; Pieter Van der Heyden, graveur; Hieronymus Cock, uitgever. Keisnijding of De heks van Mallegem. 1559. Gravure, derde staat van vijf. PK.OP.18703; IV/H.49

Deze prent draagt een dubbele titel. Oorspronkelijk werd ze Keisnijding genoemd, later De heks van Mallegem.

In deze prent drijft Bruegel de spot met het vermogen te bedriegen en bedrogen te worden. In de fictieve stad Mallegem (stad van ‘mallen’ of ‘zotten’) is een grote groep dwazen samengestroomd rond een tafel waaraan een kwakzalver, uiteraard tegen betaling, patiënten verlost van de kei in hun hoofd, die hun zotheid zou veroorzaken.

Centraal staat de kwakzalver – Meester Snottolf (in het Oudnederlands ook bijnaam voor smeerlap of vieze glibberige persoon) die trots de kei toont die hij zojuist ‘verwijderd’ heeft. Maar let op zijn medewerker die onder de tafel zit met een mandje met keien, die hij de kwakzalver voor de behandeling overhandigt.

 

Alchemist

Pieter Bruegel, ontwerper; Philips Galle, graveur; Hieronymus Cock, uitgever. Alchemist. 1556-1560. Gravure. PK.OP.18564; IV/G.85

Links smelt een alchemist zijn laatste muntstuk in een wanhopige poging de steen der wijzen te vinden, die hem in staat moet stellen goud en edelmetaal te maken. Zijn echtgenote toont haar lege buidel, zijn kinderen zoeken tevergeefs naar eten. Zijn assistent met zotskap wakkert zijn dwaze passie aan met een blaasbalg. Op de achtergrond is te zien hoe het gezin uiteindelijk in een armenhuis wordt opgevangen.

De geleerde rechts in de compositie lijkt  de commentator te zijn van het geheel en wijst naar het woord ALGHEMIST : naast alchemist zijn ook ‘al-gemist’ en ‘alles-mist’ woordspelingen.

Vrij algemeen wordt deze prent in de literatuur beschouwd als een satirische voorstelling met een negatief beeld van de alchemie, voorloper van de chemie.

 

Gerechtigheid

Pieter Bruegel, ontwerper; Philips Galle, graveur; Hieronymus Cock, uitgever. De rechtvaardigheid. Ca. 1560. Gravure. PK.OP.13263; III/G.643

Uit de reeks van Zeven Deugden, 7 gravures die een vervolg zijn op Bruegels serie van de Zeven Hoofdzonden. Alle voortekeningen hiervan zijn bewaard gebleven.

De Deugden worden weergegeven als vrouwenfiguren met attributen te midden allerlei realistische scènes, zorgvuldig opgebouwde composities geplaatst in een omgeving die iedere tijdgenoot van Bruegel zou herkend hebben als de zijn, met gebouwen, kleding, voorwerpen, attributen die zij meteen als eigentijds konden identificeren.  Rechtvaardigheid wordt zo omgeven door scènes van rechtspraak, martelingen en executies.

 

De man met de geldbeugel en zijn vleiers

Johannes Wierix, graveur. De man met de geldbeugel en zijn vleiers. Ca. 1568. Uit reeks van twaalf spreekwoorden. Gravure. PK.OP.10619; II/W.224

 

De boogschutter is kwistig met zijn pijlen

Johannes Wierix, graveur. De boogschutter is kwistig met zijn pijlen. Ca. 1568. Uit reeks van twaalf spreekwoorden. Gravure. PK.OP.10620;  II/W.225

 

Het huwelijk tussen Mopsus en Nisa

Pieter Bruegel, ontwerper; Pieter van der Heyden, graveur; Cornelis van Tienen, uitgever. Het huwelijk tussen Mopsus en Nisa. 1570. Gravure. PK.OP.13801; III/H.37

We zien een schertshuwelijk, zoals dat door een groep straatacteurs wordt opgevoerd. Een in vodden geklede vrouw wordt door haar kersverse ‘bruidegom’ uit hun huwelijkstent getrokken om op dit heuglijke feit te dansen. Let op de bijzondere muzikale begeleiding.

Eigenlijk is deze prent een bijzondere vermenging van de uitbeelding van een volkse, carnavaleske traditie en een literaire verwijzing naar de klassieke Oudheid. Het Latijnse ironische onderschrift ‘Mopsus trouwt met Nisa, waar wij geliefden toch niet op mogen hopen’, ( de ondertoon hiervan laat weten dat als dit onmogelijke huwelijk al voltrokken kan worden, dat dan echt alles mogelijk is in de liefde) verwijst naar Vergilius. Deze verwijzing is mogelijk postuum door de uitgever Hieronymus Cock aangebracht als speelse grap die zijn eerder geleerde publiek zeker gewaardeerd zal hebben.

 

Postume prenten

In 1562 verhuist Bruegel naar Brussel, waarna zijn aandacht voor de prentkunst vermindert. Door de kunstenaars overlijden in 1569 bleef zijn serie met de vier seizoenen, waarvan hier de Zomer wordt getoond, onvoltooid. Na zijn dood verschijnen nog verschillende prenten naar bestaande schilderijen en tekeningen van de populaire kunstenaar, zoals De Dood van de Maria dat Philips Galle graveerde naar een grisaille (schilderij in grijstonen) van de kunstenaar dat toen in het bezit was van de befaamde cartograaf Abraham Ortelius.

Zomer

Pieter Bruegel, ontwerper; Pieter Van der Heyden, graveur; Hieronymus Cock, uitgever. Zomer/AESTAS. 1568-1570. Uit de reeks: De vier seizoenen, met allegoriën van de jaargetijden. Gravure. PK.OP.13779; III/H.34.b

De zomer is een van de laatste ontwerptekeningen die Bruegel gemaakt heeft voor de uitgeverij In de Vier Winden, in 1568. 

In Zomer geeft Bruegel de fruitoogst (juni), de hooioogst (juli), en de graanoogst (augustus) weer.

Door de hoge horizon, die in de prent wordt gebruikt, krijgt de veelheid aan scènes voldoende plaats in de prent.

 

Het sterfbed van Maria

Pieter Bruegel, ontwerper; Philips Galle, graveur, uitgegeven door Philips Galle en Abraham Ortelius. Het sterfbed van Maria. 1574 (datum op eerste staat). Gravure, tweede staat van twee. PK.OP.18562

Gravure naar de grisaille (schildering in grijstinten) door Pieter Bruegel uit 1564 met het sterfbed van Maria, in bezit van de beroemde geograaf en humanist Abraham Ortelius, goede vriend van Bruegel. Ortelius gaf na de dood van Bruegel zijn vriend Philips Galle de opdracht een gravure naar het schilderij te maken. Volgens het onderschrift was deze prent expliciet bedoeld om te delen met zijn vrienden.

Philips Galle, de belangrijkste graveur en prentenuitgever in Antwerpen na de dood van Hieronymus Cock, heeft hier de suggestie van de grisaille overtuigend in de lineaire techniek van de gravure overgebracht. Let op de nachtelijke enscenering wat de dramatiek en de intensiteit van de voorstelling in sterke mate verhoogt.

 

Boer en boerinnehoofd tegenover elkaar

Joannes en Lucas van Doetecum, etsers;  Visscher, Cornelis (II), uitgever. Boer en boerinnenhoofd tegenover elkaar. 1628-1658. Ets. PK.OP.10160; II/V.48

Elk portret is geplaatst in een medaillon. Deze prenten komen ook voor in de uitgave van 'Tooneel des Wereldts - Weesp, Elias van Panhuysen, 1658'

 

Het Prentenkabinet van Museum Plantin-Moretus

De collectie van het Prentenkabinet van Museum Plantin-Moretus bestaat uit meer dan 80 000 prenten, tekeningen en koperplaten, gaande van de 16de eeuw tot vandaag. Met deze rijke grafische collectie behoort het tot de vijftig belangrijkste ter wereld. Omwille van hun fragiliteit worden deze kunstwerken op papier steeds in depot bewaard. Door middel van tijdelijke presentaties en online tentoonstellingen biedt het museum een inkijk in deze anders zo onzichtbare collectie.

 

Credits

Deze presentatie werd ontwikkeld naar aanleiding van het Bruegeljaar in 2019. Het was dan 450 jaar geleden dan Pieter Bruegel stierf. De conservator oude prenten van Museum Plantin-Moretus, Marijke Hellemans, en de directeur van Museum Mayer van den Bergh, Carl Depauw, stelden deze selectie samen.

Museum Plantin-Moretus
Unesco werelderfgoed

Meld je aan voor onze nieuwsbrief