Wacht de nacht nog op de wacht?

Uitgelicht

Wat loop er mis met de nachtwacht? De laatste tijd is er veel te doen over de bezetting van de Rondewacht. Wakers verzaken steeds meer aan hun plicht om de stad ’s nachts te beschermen.

Antwerpen, 15 december 1584

Wij spraken met de Heer Frederick de Granvelle-Perrenot, Gouverneur van Antwerpen, Hoofd en Kapitein van de Stad. Frederick de Granvelle heeft veel ervaring met de bewaking van de stad, ook toen de Spaanse soldaten aan het muiten sloegen. Hij is de jongere broer van de bekende Antoine de Granvelle, adviseur van de huidige koning Philips II van Spanje en van landvoogdes Margaretha van Parma in Brussel.

Frederick geeft duiding bij de huidige situatie.

“Er zijn al heel wat ordonnanties uitgevaardigd over het bezetten van de nachtwacht. Helaas wordt hier te weinig gevolg aan gegeven. We ervaren zelfs tegenwerking. Gezien de moeilijke tijden creëert dit een gevaarlijke situatie. Verdere aanslagen moeten we ten allen prijze zien te vermijden. De schepenen en burgemeesters hebben daarom nog eens het advies ingewonnen van de kolonels en kapiteins van de wacht. Stadsgenoot en Antwerpen-kenner Ludovico Guicciardini geeft een goede beschrijving van de wacht in zijn recent verschenen boek. Als koopman uit Firenze kent zelfs hij uitstekend de werking van de wacht.”

[nvdr. Toevoeging van de redactie] Frederick de Granvelle verwijst naar het werk ‘Beschrijving van de Nederlanden’, waarin Guiccardini uitgebreid Antwerpen beschrijft. Dit werk is uitgegeven door de officiële stadsdrukker en uitgever Christoffel Plantijn.

“De stad is onderverdeeld in 13 wijken. Elke wijk heeft twee kapiteins, ook wijkmeesters genoemd. Dus 26 in totaal. Zij wisselen om de twee jaar. Enkele hoofdmannen moeten hen bijstaan in geval van nood. Deze kapiteins moeten weten hoeveel weerbare mannen er zijn in hun kwartier en ze verzamelen in geval van nood. De burgers van de wijken zijn verplicht zich op hun verzoek te bewapenen en hen te volgen met banieren en vendels. Elk van deze kapiteins voert het bevel over zijn honderdmannen en de honderdmannen over hun tiendemannen.”

“Op het expertenoverleg van de stad zijn de bestaande maatregelen bevestigd. De stad vraagt de burgers hun verantwoordelijkheid op te nemen en de wacht waar te nemen.

Ten eerste: De klok van tien uur zal ongeveer een half uur luiden om ervoor te zorgen dat de rondewacht bezet wordt. De kapiteinen moeten hun rondhuizen bezet hebben met een behoorlijke wacht mét schildwacht, en dat voor de klok stopt met luiden. En de ketenen van hun kwartieren moeten opgehaald en gesloten zijn.

Ten tweede: Na het verlaten van de klok mag er niemand meer gewapend passeren, met of zonder licht. Uitzonderingen zijn natuurlijk de kapiteins en sergeant majoors, of wachtmeesters van deze stad. En uiteraard de heren Markgraaf, de Onderschout met zijn officieren, de burgemeesters, schepenen, kolonels en de gildedekens van de wacht.

Ten derde: Niemand mag van de vermelde Rondes vertrekken, voor het afgesproken uur, namelijk ’s morgens nadat de poortklok verlaten is.”

 

Het gebod

A 1844/186, L 468

15 december 1584, Antwerpen, Christoffel Plantijn
A 1844/186, L 468 (43 kopies)
Bekijk de transcriptie hier >

Samenvatting

Omdat voorafgaande ordonnantie op de nachtwacht niet of slecht onderhouden wordt, hernieuwt het stadsbestuur – na advies van de kolonels en kapiteins van de burgerwacht – deze ordonnantie met vooral aandacht voor de rondhuizen of wachthuizen. Die moeten bezet zijn door een schildwacht vanaf het luiden van de klok om 10 uur ’s avonds tot ‘s morgens. Elk kwartier of elke wijk moet afgesloten worden door een ketting en niemand mag na het luiden van de klok nog passeren, uitgezonderd de markgraaf, de onderschout met zijn officieren, de burgemeesters, de schepenen, de kolonels en de dekens van de gilde van dienst.

Getekend: Melchior Zueris, stadssecretaris. 15 december 1584.

 

Wist je dat

Van december 1577 tot augustus 1585 staat de “burgerwacht” in voor de militaire verdediging en de veiligheid van de stad. Het leger van Alexander Farnese rukt op richting Antwerpen. De burgerwacht staat onder leiding van acht kolonels, gekozen uit de machtigste kooplieden. Elke wijk, toen dertien, is opgedeeld in zes vendels met aan het hoofd een kapitein.

 

Museum Plantin-Moretus
Unesco werelderfgoed

Meld je aan voor onze nieuwsbrief