Een nieuwjaarsgeschenk voor Plantijn - Het staalboek van Jan Moretus (1575)

Verhalen uit Plantijnse archief

De Moretussen hielden de traditie van de nieuwjaarswensen hoog. Jan Moretus gaf zijn schoonvader Christoffel Plantijn als nieuwjaarsgeschenk lijvige staalkaarten van het drukwerk van de Officina Plantiniana voorzien van een opdracht. Sommige Plantijndrukken kennen we uitsluitend omdat ze in de staalboeken werden opgenomen.

Door Kristof Selleslach, archivaris in het Museum Plantin-Moretus

Theatrum flosculorum

Op 1 januari 1575 presenteerde Jan Moretus een wel heel bijzonder nieuwjaarsgeschenk aan zijn werkgever en schoonvader. Uit de productie van de Officina Plantiniana van het afgelopen decennium stelde hij een staalboek van 160 edities samen. Dit komt overeen met 22% van de totale productie in deze periode volgens The Plantin Press, de bibliografie van alle Plantijndrukken van Leon Voet. Meestal beperkte Jan Moretus zich tot de eerste katernen van de edities, maar 20 dunne edities nam hij volledig in de lijvige band op. Het geheel gaf hij de Latijnse titel Theatri flosculorum Plantinianae officinae pars prima (eerste deel van het schouwtoneel van de sieraden van de Plantijnse drukkerij). De titel suggereert dat Jan Moretus de intentie had om meerdere delen samen te stellen. Voor zover we weten bleef het bij dit ‘pars prima’ (eerste deel).

Titelpagina van Theatri flosculorum Plantinianae officinae pars prima Titelpagina vanTheatri flosculorum Plantinianae officinae pars prima
​(MPM Arch. 1230, fol. [1] recto)

Een Antiphonarium als geschenkpapier

Zelfs met dit ene deel kunnen we dit staalboek van de Officina Plantiniana best indrukwekkend noemen. Met een dikte van ruim 10 cm werd het een lijvige foliant. Alle katernen werden slechts één keer gevouwen en niet het aantal keer dat werkelijk nodig is voor het specifieke formaat van de geselecteerde edities. Voor de band recupereerde Jan Moretus het manuscript van een middeleeuws Antiphonarium. In het verleden had een perkamenten handschrift een heel andere waarde voor de Plantijnse drukkerij. Ze werden gerecycleerd om de frisketten en de timpanen van de drukpersen te bespannen. Voor dit doel had de drukkerij een grote voorraad in huis. Ruim vier eeuwen later ziet de boekband er niet meer zo fris uit. Het perkament is sterk verdonkerd, en talloze inktvlekken ontsieren de muzieknoten van het oude Antiphonarium. Vandaag staat het nieuwjaarsgeschenk bekend onder het inventarisnummer Arch. 1230. Naar aanleiding van dit blogbericht hebben we het boekdeel volledig gedigitaliseerd.

Het voorplat van Theatri flosculorum […] pars prima gemaakt van een gerecycleerd perkamenten manuscript van een Antiphonarium

Het voorplat van Theatri flosculorum […] pars prima gemaakt 
van een gerecycleerd perkamenten manuscript van een Antiphonarium 
(MPM Arch. 1230)

Dedicatie aan Plantijn

Na de titelpagina volgt een Latijnse opdracht van Jan Moretus aan zijn schoonvader Christoffel Plantijn. Moretus was in 1570 met Plantijns tweede dochter Martina gehuwd. Tegen nieuwjaarsdag 1575 had het echtpaar al drie kleinzonen aan opa Plantijn en oma Jeanne Rivière geschonken. Jan en Martina hadden ze naar de Driekoningen Gaspar, Melchior en Balthasar genoemd. Nadien zouden nog acht kinderen volgen. In het totaal bereikten slechts vijf kinderen van Jan en Martina de volwassen leeftijd.

In de opdracht verduidelijkte Jan Moretus meteen de herkomst van de katernen. Zo stelde hij zijn schoonvader gerust dat hij voor het geschenk niet de waardevolle stockvoorraad had geplunderd. Voor de samenstelling had Jan Moretus immers geput uit de voorraad defecten. Het drukproces bracht als bijproduct een aantal imperfecte afdrukken voort. En als een klant klaagde dat er een katern ontbrak, dan stuurde men de ontbrekende katern achterna. Nadien hield de Officina Plantiniana de onvolledig geworden exemplaren bij voor de dienst na verkoop.

Verderop in de dedicatie lichtte Jan Moretus de opzet van het nieuwjaarsgeschenk toe. Hij wilde aan zijn schoonvader de enorme verscheidenheid exposeren van de werken die de Officina Plantiniana zelf had gedrukt of uitgegeven. Het staalboek gaf tevens een overzicht van de lettertypes die de Officina bezat. Plantijn was een liefhebber en verzamelaar van mooie lettertypes, en had toen al een mooie collectie opgebouwd. Met het staalboek wilde Jan Moretus dus de kwaliteiten en verdiensten van de Officina Plantiniana bejubelen.

Incipit van de dedicatie van Jan I Moretus aan Christoffel Plantijn, 1 januari 1575 (MPM Arch. 1230, fol. [2] recto)

Incipit van de dedicatie van Jan I Moretus aan Christoffel Plantijn, 1 januari 1575 
(MPM Arch. 1230, fol. [2] recto)

Unica

Na de opdracht aan Plantijn volgt de handgeschreven index van de titels samengesteld door Jan Moretus. Met een asterisk duidde hij aan welke edities hij volledig in het staalboek had opgenomen. Bij een analyse van de inhoud wordt snel duidelijk dat het staalboek veel meer is dan een samenraapsel van allerlei edities van de Officina Plantiniana. Van sommige edities vormen de katernen die in dit staalboek zijn ingebonden het enige bekende exemplaar dat wereldwijd bewaard is gebleven. Eén van de vroegste gedrukte teksten met betrekking tot de Nederlandse grammatica is een dergelijk unicum. Plantijn gaf de eerste editie van Cort onderwys van de acht deelen der Françoischer talen (Brief instruction of the eight parts of the French language) in 1571 uit.* Dit Frans-Nederlands schoolboek van Peeter Heyns legt de regels van de Franse grammatica uit vanuit het Nederlands, en is daarom onrechtstreeks ook een Nederlandse grammatica.

Peeter Heyns, Cort onderwys van de acht deelen der Françoischer talen, tot voorderinge en[de] profijt der Duytscher ioncheyt

Peeter Heyns, Cort onderwys van de acht deelen der Françoischer talen, 
tot voorderinge en[de] profijt der Duytscher ioncheyt, 
Antvverpen, Christoffel Plantyn, 1571, 8vo 
(MPM Arch. 1230, fol. 494 recto)

Alleen de eerste twee katernen A en B (32 pagina’s) van dit schoolboek in octavoformaat zijn in het staalboek opgenomen. Vermoedelijk omvatte de volledige editie 3,5 of 4 drukvellen (56 of 64 pagina’s). Volgens het Werkliedenboek werd drukker Georg van Spangenberg immers op 3 juni 1571 betaald voor het drukken van de katernen C en D, waarbij de laatste katern mogelijk slechts een half drukvel in beslag nam.

Account of Georg van Spangenberg in the Journeymen’s Ledger 1563–1576

Account of Georg van Spangenberg in the Journeymen’s Ledger 1563–1576 
(MPM Arch. 31, fol. 177 verso)

Andere voorbeelden van unica in het staalboek zijn de Latijnse grammatica van Alexander Hepburnius (1568) en het contrareformatorische pamflet Een catholijcke vvederroepinge van leelicke ketterijen van S[ign]or Jan Mattheo Grillo edelman van Salerne (een katholieke herroeping van lelijke ketterijen door Giammatteo Grillo edelman van Salerno; 1569).

De impositie ontsluierd

Naast de inhoud is een vormelijk kenmerk van de ingebonden edities zeer bijzonder. De katernen werden slechts één keer gevouwen om in de lijvige foliant te passen. Op deze wijze onthullen ze de impositie van talrijke Plantijndrukken. Zeker met betrekking tot de kleinere formaten is er discussie hoe de pagina’s in de drukvorm werden geschikt. Het staalboek bevat ook de katern van het kleinste boekje dat Plantijn ooit heeft gedrukt. Het Kalendarium uit 1570 zou volgens de bibliografie van Leon Voet in het formaat in-64° gedrukt zijn. Frans A. Janssen kon aan de hand van de ongevouwen katern in het staalboek aantonen dat het in werkelijkheid in het formaat in-128° is gedrukt.** Dit betekent evenwel niet dat het drukvel 7x werd gevouwen om de 256 pagina’s te verkrijgen. Na het drukken werd het drukvel in zestien afzonderlijke subkaternen (A-Q) van acht folio’s gesneden die na elkaar werden ingebonden. Je kan duidelijk op het drukvel zien dat de zetter extra witruimte heeft opengelaten op de snijlijnen.

Kale[n]dariumKale[n]darium, Antuerpiæ, exc. C. Plantinus, 1570, 128vo 
(MPM Arch. 1230, fol. 462 verso – 463 recto)

Theatrum typographicum

Een jaar later, op 1 januari 1576, gaf Jan Moretus zijn schoonvader een nieuwjaarsgeschenk dat nóg indrukwekkender was. Het Theatrum typographicum Plantinianae officinae is een plakboek met honderden titelpagina’s en boekillustraties van de Plantijnse drukkerij. De titelpagina’s zijn geordend volgens onderwerp. Moretus begon met het meest prestigieuze werk dat ooit in de Plantijnse drukkerij werd gedrukt, met name de Bijbel in de vijf oorspronkelijke talen (Biblia Regia). Nadien volgden titelpagina’s van liturgische drukken en theologische werken. Meer naar het einde toe plakte Moretus de botanische houtsneden van Dodoens en de anatomische gravures van Valverde in het monumentale staalboek. Jan Moretus stak ook bijzonder veel ijver in de titelpagina van het geschenk, die hij zoveel mogelijk op een gedrukte titelpagina liet lijken. Hij sneed een échte gravure van het Plantijnse drukkersmerk met de Gulden Passer uit en plakte dit op de voorziene plek op de titelpagina.

Titelpagina van Theatrum typographicum Plantinianae officinae

Titelpagina van Theatrum typographicum Plantinianae officinae 
(MPM Arch. 1228, fol. [1] recto)

Het geheel liet hij net als het jaar voordien inbinden in een manuscript van een middeleeuws Antiphonarium. Met 49 op 36 cm was het plakboek ook aanzienlijk groter dan het vorige geschenk. Daarom lijmde de boekbinder twee perkamenten vellen aan elkaar om als boekband te gebruiken. De verlijming van de twee perkamenten manuscripten met muzieknotatie is duidelijk zichtbaar en loopt verticaal over het voorplat.

Het voorplat van Theatrum typographicum gemaakt van twee verlijmde vellen van een gerecycleerd Antiphonarium in perkament

Het voorplat van Theatrum typographicum gemaakt van twee verlijmde vellen van een 
gerecycleerd Antiphonarium in perkament 
(MPM Arch. 1228)

Spaanse Furie

Na twee opeenvolgende nieuwjaarsgeschenken brak de mooie traditie abrupt af. Voor 1577 en de jaren nadien zijn geen geschenken gekend of alleszins niet bewaard gebleven. De reden ligt mogelijk bij de Spaanse Furie. Op 4 november 1577 trokken muitende soldaten al plunderend en moordend in Antwerpen rond. De volgende dagen beleefden Christoffel Plantijn en zijn familie doodsbange momenten. Tot driemaal toe moesten ze in de drukkerij branden blussen. Wel negen keer kocht Plantijn zijn leven en dat van zijn naasten af met een zware afkoopsom. De Spaanse handelaar Luis Perez leende hem hiervoor de gigantische som van 2.867 gulden. Gelukkig overleefden ze allemaal dit grote onheil. Toen de plundering ophield, vertrok Plantijn naar Frankrijk. Hij was wanhopig op zoek naar vers kapitaal om de drukkerij draaiende te houden en om de lening van Perez terug te betalen. Pas in april 1577 keerde Plantijn terug naar Antwerpen met voldoende middelen. In deze context had Jan Moretus wellicht andere zorgen aan het hoofd dan een gepast nieuwjaarsgeschenk voor zijn schoonvader te vervaardigen. Plantijn was toch niet thuis op nieuwjaarsdag 1577. Gelukkig hadden de muitende soldaten geen oog voor de nieuwjaarsgeschenken van de voorgaande jaren. Het staalboek van de katernen en het plakboek van de titelpagina’s maken vandaag nog steeds deel uit van het formidabele Plantin-Moretusarchief.

 

* For a recent introduction on the topic, see Alisa van de Haar, ‘Een Plantijnse grammatica herontdekt: Een onbekende editie van Peeter Heyns’ Cort onderwys (1591) komt aan het licht’ in De Gulden Passer, 98:1 (2020), 225–238.

** Frans A. Janssen, ‘The smallest format reinstated’ in Quærendo, 12:1 (1982), 80–81.

Museum Plantin-Moretus
Unesco werelderfgoed

Meld je aan voor onze nieuwsbrief